Erwin Dekker

In 1936 werd de jonge econoom Jan Tinbergen uitgenodigd door de Volkenbond om een prestigieus onderzoeksproject over conjunctuurgolven vervolg te geven. Het grootste deel van de wereld was nog niet bekomen van de Grote Depressie die in 1929 uitbrak. Voor politieke stabiliteit in de wereld werd het dan ook van groot belang geacht dat de economie beter beheerst kon worden. De keuze voor Tinbergen, toen pas 33 jaar oud, was een verrassing. Hij was op dat moment internationaal nog nauwelijks bekend, maar had in 1936 in het kader van het Nederlandse Plan van de Arbeid wel een veelbelovend economisch model gepresenteerd. Dat model, gericht op de Nederlandse economie, stelde economen in staat om de gevolgen van verschillende crisismaatregelen zoals devaluatie van de gulden en loonsverlaging door te rekenen.

Voor de Volkenbond ging hij aan de slag om zo’n model ook voor de Amerikaanse economie te maken. Maar zijn aanpak stuitte op veel scepsis, de statistische en wiskundige aanpak van Tinbergen viel niet in goede aarde bij de traditionele theoretische en verbale theorieën van de leidende economen van die tijd. Toen Tinbergens werk in 1939 uiteindelijk uitkwam, was de internationale crisis allang niet meer voornamelijk economisch. Berucht is dan ook de recensie van John Maynard Keynes. Deze beroemde Britse econoom vergeleek het werk van Tinbergen met alchemie, maar vroeg zich in zijn conclusie ook hardop af of de Volkenbond wel energie moest steken in dergelijk technisch werk.

Diep vanbinnen was Tinbergen het met die laatste opmerkingen geheel eens. Al van jongs af aan zag hij de Volkenbond vooral als progressieve organisatie die voor meer vreedzame of zelfs pacifistische verhoudingen tussen de landen zou kunnen zorgen. In de internationale socialistische jeugdbeweging waar hij deel van uitmaakte stonden vredesidealen centraal, hijzelf was een vroege dienstweigeraar. Maar de handen waren op de rug gebonden bij de Economic and Financial Section van de Volkenbond. Officieel kon het alleen technisch advies geven, en mocht het zich niet over politiek uitlaten. Een deel van Tinbergens studie over de Amerikaanse New Deal was zelfs geschrapt.

Toen die beperkingen naar de achtergrond verdwenen tijdens de Tweede Wereldoorlog was zijn assistent Koos Polak, later hoofdonderzoeker bij het IMF, een van de vormgevers van twee Volkenbondstudies over de samenhang tussen economische en politieke crises. Tinbergen zelf schreef een boek International Economic Co-Operation in 1944, waarin hij zijn visie schetste op de internationale verhoudingen, en vooral pleitte voor sterkere internationale organisaties zoals de Verenigde Naties. Samen met de juristen Baron F.M. van Asbeck en J.H.W. Verzijl werkte Tinbergen die visie ook uit tot een politiek program voor Nederland. Hun werk vormde de basis voor de internationale agenda van de Doorbraakbeweging, de belangrijke progressieve politieke vernieuwingsbeweging van vlak na de Tweede Wereldoorlog.

Bij de eerste algemene vergadering van de Verenigde Naties waren Verzijl en Tinbergen, alsook hun geestverwant Hilda Verweij-Jonker, onderdeel van de Nederlandse delegatie. In de daaropvolgende jaren zette Tinbergen zich met hart en ziel in voor de Verenigde Naties. Hij was bijvoorbeeld sterk pleitbezorger voor het initiatief SUNFED (Speciale UN Fonds voor Economische Ontwikkeling). In de vroege jaren had hij vooral veel contact met de Nederlander M.H. (Tik) Ekker die in New York bij de VN werkzaam was.

Tinbergen op weg naar het VN hoofdkantoor in New York in 1947.

Vanaf de jaren vijftig kregen de internationale idealen van Tinbergen meer richting door de opkomst van de ontwikkelingseconomie. Zo was hij onder de vlag van de Verenigde Naties en haar dochterorganisaties zoals de Voedsel- en Landbouworganisatie vanaf het eerste begin betrokken bij de economische en sociale ontwikkeling van derdewereldlanden. Hij was er sterk van overtuigd dat met de juiste technische kennis de economische voorspoed in deze landen slechts een kwestie van tijd en geld was. Hij hoopte dat de Verenigde Naties hierin een tweeledige rol zou kunnen spelen. Aan de ene kant door de inzet van de juiste expertise, en aan de andere kant kon het de organisatie zijn die de overdracht van kapitaal van de ontwikkelde naar de ontwikkelingslanden in goede banen ging leiden.

In die tijd kwam de positie van de Verenigde Naties steeds meer onder druk te staan. Tinbergen positioneerde zich expliciet als globalist, iets dat midden in de Koude Oorlog steeds minder vanzelfsprekend was. Ook vanuit zijn eigen partij de PvdA kwam er kritiek op de internationale visie van Tinbergen, die riekte naar sympathie voor de communisten. Op zijn beurt had Tinbergen fikse kritiek op het gebrek aan internationale visie van de sociaaldemocratische beweging in het Westen. Ze was te veel bezig met het belang van hun eigen arbeiders, in plaats van het lot van arme mensen over de hele wereld. Zijn kritiek en betrokkenheid bij de Pleinbeweging van midden jaren 50 leidden tot de oprichting van hulporganisatie Novib.

Internationaal rees zijn ster verder en na de tegenvallende resultaten van het eerste ‘Development Decade’, drong Tinbergen aan op ‘Development Decade II’. Via zijn invloed op Jan Meijer bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, werd minister Udink overtuigd van dit plan. De Nederlandse delegatie slaagde er vervolgens in om dit idee op de agenda te krijgen en Tinbergen werd gevraagd om voorzitter te worden van de commissie die aan de leiding stond van ‘Development Decade II’ (1971-1980). In de daaropvolgende jaren wist Jan Pronk, een van de meest invloedrijke studenten van Tinbergen en later de eerste minister van ontwikkelingssamenwerking, deze agenda verder uit te bouwen.

Maar ondanks dit succes op het gebied van de ontwikkelingssamenwerking was Tinbergen verre van tevreden met de ontwikkeling van de VN. Hij hoopte dat zowel de ontwikkelingslanden, verenigd in de Groep van 77, alsook experts zoals hijzelf meer macht zouden krijgen bij de Verenigde Naties. In zijn latere werk kwam het thema vrede centraal te staan en zijn grote hoop was dat de VN zich verder zou kunnen ontwikkelen, onder andere met een internationale politiemacht. Met de blauwhelmen is die er deels gekomen, maar Tinbergens wens dat de VN zich zou ontwikkelen tot wereldregering lijkt vandaag de dag verder weg dan ooit.


Een persoonlijke verjaardagswens en het favoriete SDG
In het kader van dit jubileumdossier ’75 jaar VN, verhalen en vergezichten’ stelt VN Forum de vraag: Wat is het favoriete Sustainable Development Goal, als toekomstplaatje van de Verenigde Naties? En hoe luidt de verjaardagswens aan de VN? Erwin Dekker geeft antwoord, ook namens Jan Tinbergen (1903-1994).

Jan Tinbergen
“Het ligt misschien voor de hand dat Tinbergen een economisch doel zou kiezen, maar de basis was voor hem het allerbelangrijkste, vrede; daarom zou hij voor SDG 16 (Peace, Justice, Strong Institutions) kiezen. Oorlog en conflict was voor hem de grootste bedreiging voor economische voorspoed. Zijn verjaardagswens zou zijn geweest: ‘Durf weer groot te denken, en blijf vooral streven naar integratie, zowel politiek als economisch’.”

Erwin Dekker
“Tinbergen wilde toekomst vooral plannen en beheersen. Voor mij is de toekomst fundamenteel open en onzeker, en dat betekent dat we het meest hebben aan weerbaarheid en aanpassingsvermogen. Mijn favoriete Sustainable Development Goals is dan ook SDG 9 (Industry, Innovation and Infrastructure). Voor de 75e verjaardag wens ik de Verenigde Naties vooral toe dat het een baken van internationalisme kan blijven in een wereld die weer steeds vaker terugvalt in nationalisme en tribalisme, op naar één wereld!


Dr. Erwin Dekker

Dr. Erwin Dekker (1984) is universitair docent culturele economie bij de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zijn biografie over Jan Tinbergen zal in het voorjaar van 2021 verschijnen. Hij heeft veelvuldig gepubliceerd over de geschiedenis van de economische theorie en publiceerde eerder The Viennese Students of Civilization over economen in het Weense interbellum.