De oprichting van de Verenigde Naties in 1945 is voor de wereld een gebeurtenis van de eerste orde geweest. Toch is die niet plotsklaps uit de hemel komen vallen. De geschiedenis toont een langzame evolutie, van insulaire machtsuitoefening, naar bilateraal, vervolgens internationaal en multilateraal overleg. De Volkenbond, opgericht in 1920, is de belangrijkste voorganger van de Verenigde Naties. Ondanks dat zij uiteindelijk ineffectief bleek, leverde de Bond belangrijke inzichten voor het ontwerp van de Verenigde Naties 25 jaar later.

De Vrede van Westfalen in 1648, was een belangrijke stap in de ontwikkeling van de diplomatie. Zij bestond uit een totaal nieuw soort van overeenkomst, die vredelievende relaties op regionale schaal mogelijk hielp maken.

In 1795, bijna 150 jaar, later schreef de filosoof Immanuel Kant ‘Naar de Eeuwige Vrede’, een essay dat in bredere termen de intellectuele redenen voor wereldfederaties uiteen zette. Als reactie op de verwoestingen van de Napoleontische oorlogen, hielden de Europese grootmachten vier conferenties tussen 1815 en 1822, te beginnen met het Congres van Wenen. Gedurende de rest van de eeuw kwamen de leiders van Europa’s grootmachten, genaamd het Concert van Europa, nog een dertigtal keer bij elkaar om urgente politieke kwesties te bespreken. De Krimoorlog maakte een eind aan het Concert.

Tegen de twintigste eeuw had het idee van een wereldwijde assemblage post gevat. Naties van over de hele wereld, inclusief de V.S. , kwamen twee keer bij elkaar in zogeheten Internationale Vredesconferenties in Den Haag. De eerste Conferentie werd gehouden in 1899 met 26 landen. Deze conferentie richtte het Permanente Hof van Internationale Arbitrage op. De tweede Vredesconferentie werd gehouden in 1907 met 44 landen. Een derde conferentie, gepland voor 1915, vond door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog geen doorgang.

Onder President Woodrow Wilson, herzag de V.S. haar neutraliteit en mengde zich in de oorlog aan de kant van de geallieerden. Al vanaf mei 1916  presenteerde Wilson internationale betrokkenheid als nieuwe visie voor het buitenlands beleid van zijn land, en promootte de oprichting van een Volkenbond om vrede in de wereld veilig te stellen.

In januari 2018 legde hij dat concept vast als laatste punt van zijn vredesvoorstel, genaamd de ‘Veertien Punten’.

Hij was vastbesloten het lot van de Bond te verbinden met het vredesverdrag en nam persoonlijk deel aan de vredesonderhandelingen in Versailles.

Zijn voorstel bevatte een Algemene Vergadering van Naties om wederzijdse garanties van politieke onafhankelijkheid en territoriale integriteit te verschaffen. Ieder lid had een stem en een veto. Verder was er de uitvoerende Raad (Executive Council) van negen leden, bestaande uit vijf permanente leden (V.S., Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Italië en Japan) en vier landen gekozen door de Raad. In 1926 werd Duitsland als permanent Raadslid toegevoegd en in 1934 de Sovjet Unie. Het verdrag zette een Secretariaat op evenals de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO). Ook werd een mandaatsysteem ingesteld om overgenomen gebieden van de Asmogendheden (Duitsland, Italië) te beheren. Later zijn die door de V.N. overgenomen en beheerd door haar, nu inactieve, Internationale Trustschapsraad.

De Uitvoerende Raad zette ook een Permanent Hof van Internationale Justitie op  voor de arbitrage van geschillen tussen landen. Dit werd gevestigd in het Vredespaleis in Den Haag.

Na de opheffing van de Volkenbond in 1946 en de oprichting van de Verenigde Naties werd het vervangen door het Internationale Hof van Justitie, één van de zes hoofdorganen van de V.N.

Ondanks een vergaand mandaat kon de Volkenbond alleen maar aanbevelingen doen en lidstaten niet dwingen tot een militaire interventie (anders dan de Veiligheidsraad nu). De autoriteit van lidstaten, vooral het veto, werd gebruikt om de status quo te handhaven.

Het verdrag van Versailles, inclusief de oprichting van de Volkenbond, diende, zoals alle internationale verdragen, door de Amerikaanse Senaat geratificeerd te worden. Hoewel dat er op een bepaald moment positief uitzag, was de  verhouding  Republikeinen-Democraten (Wilson democraat) ongunstig. Door onhandig politiek gemanoeuvreer stemde de Amerikaanse Senaat in november tegen ratificering.  Bijgevolg zijn de Verenigde Staten, ondanks hun initiatief en sterke presidentiële steun, nooit lid van de Volkenbond geworden. De Bond kwam officieel tot stand in januari 1920 in Genève (Palais des Nations).

Woodrow Wilson ontving voor zijn initiatief in 1919 de Nobelprijs voor de Vrede.

In veiligheidsaangelegenheden boekte de Volkenbond  al snel resultaten, bijvoorbeeld in een grensgeschil tussen Zweden en Finland, het weerhouden van Griekenland en Joegoslavië om het nieuwe Albanië binnen te vallen en het terugtrekken van Griekse strijdkrachten uit Bulgarije in 1925. Verder ook de beslechting van een grensconflict tussen Turkije en Irak over Mosul en in 1934  het sturen van een kleine vredesmacht naar een bufferzone tussen Colombia en Peru.

Maar de Bond toonde zich niet bekwaam voor het oplossen van conflicten waar ingrijpende militaire actie nodig was. De eerste crisis was in 1931 toen Japan Mantsjoerije binnenviel. Japan was een permanent lid van de Uitvoerende Raad en sprak een veto tegen ingrijpen uit. Het land stapte in 1933 uit de Volkenbond. Duitsland, dat in 1926 lid van de Bond was geworden, gaf zijn lidmaatschap in 1933 op onder zijn nieuwe kanselier, Adolf Hitler. Drie jaar later bezette het Duitse leger het Rijnland, een duidelijke schending van het Verdrag van Versailles. Vervolgens annexeerde het Tsjecho-Slowakije en Oostenrijk, tegen de protesten van de Volkenbond in.

In 1935 viel Mussolini, de dictator van Italië, Ethiopië binnen, een medelid van de Volkenbond. De Bond kondigde economische sancties daarop aan. Maar Duitsland en Japan hielden zich niet aan het embargo. In 1935 hief  de Bond het embargo op en kort daarna verliet Italië de organisatie. De Bond protesteerde tevergeefs tegen de inmenging van buitenlandse mogendheden in de Spaanse Burgeroorlog en kreeg een ander groot probleem met de invasie van Finland door Rusland. In december 1940 werd Rusland uitgestoten. Het was in 1934 lid van de Bond geworden als reactie op de toenemende Duitse en Japanse bedreigingen. Met het uittreden van de ‘Asmogendheden’ verloor de Bond zijn betekenis.

De grote zwakte van de Bond was dat zij alleen maar economische verplichtingen aan lidstaten kon opleggen, geen dwingende militaire sancties. Een tweede ernstige zwakte was dat de Bond geen invloed had over andere dan veiligheidsaangelegenheden, zoals  handel en ontwikkeling. De instelling van het mandaatsysteem, waarbij verkregen gebieden van Duitsland en Turkije onder beheer van andere landen werden geplaatst, was wel een betekenisvolle vernieuwing.

Op 19 april 1946 werd de Volkenbond officieel opgeheven. Haar bezittingen werden overgedragen aan de VN. Het Handvest van de Verenigde Naties was al op 24 oktober 1945 in werking getreden.

De eerste helft van de twintigste eeuw heeft, via Volkenbond en Verenigde Naties, sterke ontwikkelingen laten zien op het gebied van internationale betrekkingen en diplomatie. Er zijn blijkbaar grote rampen nodig om ingrijpende oplossingen te bedenken. We mogen ons gelukkig prijzen dat de Verenigde Naties, ondanks tekortkomingen,  goed functioneert. Dit voor een groot deel door lessen getrokken uit de geschiedenis.

N.B. Deze blog heeft in belangrijke mate geput uit het boek van Stephen C. Schlesinger ‘Act of Creation. The Founding of the United Nations’ (2003).