‘New York maakt me bijzonder gelukkig’, aldus besloot ik de vorige blog. Dat is niet veranderd. Wel heeft er een (lichte) verschuiving in werkzaamheden plaatsgevonden. De commissies van de Algemene Vergadering zijn in volle gang: ontwerpresoluties vliegen ons om de oren via de minbuza-mailboxen, informele onderhandelingsbijeenkomsten worden bijeengeroepen. Samen met collega’s volg ik de Tweede Commissie, die zich bezighoudt met economische en financiële onderwerpen – inclusief ontwikkelingssamenwerking. Resoluties die hieronder vallen zijn bijvoorbeeld ‘Poverty Eradication’ en ‘International Trade and Development’.

Ruwweg ziet de procedure per resolutie er als volgt uit: de ontwerpresolutie, dikwijls gebaseerd op resoluties uit voorgaande jaren, wordt gecirculeerd door de indiener. In de UN Journal (de ‘VN krant’) verschijnt vervolgens een bericht waarin tijd en locatie van de eerste consultatieronde worden bekendgemaakt. Dergelijke rondes worden geleid door een (onafhankelijk) aangestelde ‘facilitator’. Afhankelijk van de mate van onenigheid wordt partijen kans gegeven met hoofdsteden te overleggen over volgende stappen om tot een mogelijke consensus te komen. In Nederlands geval is een extra schakel betrokken: de Europese Unie (EU). Dikwijls onderhandelt de EU namens haar lidstaten, nadat de ‘EU common position’ over een bepaalde resolute is bepaald bij coördinatie-ontmoetingen. Als er na een X aantal onderhandelingsbijeenkomsten consensus wordt gevonden tussen betrokken partijen, wordt de resolutie naar de Algemene Vergadering gestuurd voor aanname.

Conform Nederlands beleid en Haagse instructie volgen wij – actief of passief – de vooruitgang van de resoluties. In Buitenlandse Zaken-lingo ‘houden we een vinger aan de pols’ en ‘koppelen we terug’ richting Den Haag. Ik leer veel. Over diplomatiek (taal)gebruik, tactisch onderhandelingen en lobbyen. Bijzonder aan de gang van zaken vind ik de dynamische agendavulling. Planning gaat van dag tot dag, soms uur tot uur. Niemand weet of een onderhandeling na vijf minuten zal vastlopen of anderhalf uur voort zal duren op basis van één of twee woorden in de resolutie. Regelmatig vinden gesprekken van de volgende aard plaats in onze werkruimte: ‘Ga jij naar deze informal?’ ‘Nee, geen tijd, moet echt eerst naar de onderhandeling over deze resolutie, problematische tekst.’ ‘O ja, ja dat is ook aan de gang, hè. Jammer, gaat over dan. Overmorgen weer aanwezig.’ ‘Ok, mail je even a met cc aan x, y, en z?’ ‘Doe ik.’ ‘Dank.’

Deze weken leveren ook de nodige frappante situaties op. Afgelopen week bevond ik me in een achterzaaltje voor een informeel onderhandelingsgesprek toen werd medegedeeld dat de facilitator drie kwartier te laat zou arriveren. Vragende blikken. En nu? De secretaris stamelde dat hij nog niet eerder zo’n situatie had meegemaakt en stelde voor te wachten. Iemand vroeg of we niet zonder facilitator konden beginnen? Geen consensus. Dus alle partijen wachtten, in een kamer die veel te klein en gehorig was om zich te lenen voor onderlinge afstemming/bespreking met gelijkgezinde landen. Dus het was stil, op wat geschuifel en ongemakkelijk gelach na. De facilitator brak het ijs na ruim veertig minuten, opende de bijeenkomst en sloeg na vijftien minuten met de hamer op tafel. De onderhandelingen waren vastgelopen, consultaties met hoofdsteden en nieuwe taalvoorstellen waren nodig om partijen dichter bijeen te brengen. We waren een uur en precies geen stap verder.

U ziet: onderhandelingen duren voort. Wordt vervolgd.

Lizan Nijkrake is masterstudent Public International and European Law aan de Universiteit van Amsterdam. Ze loopt stage bij de Permanente Vertegenwoordiging van Nederland bij de Verenigde Naties in New York van 18 augustus tot eind december 2014. Speciaal voor de NVVN schrijft ze een blog over haar ervaringen en belevenissen.