De voormalig secretaris-generaal van de VN, Kofi Annan, is vandaag na een kort ziekbed overleden. In zijn loopbaan werd hij geconfronteerd met een aantal crises die ondanks veel kritiek zijn carrière niet belemmerd hebben en zijn kwaliteiten als topdiplomaat niet hebben overschaduwd.

Kofi Annan was dertig jaar werkzaam bij de VN toen hij in 1993 benoemd werd tot ondersecretaris-generaal voor vredesoperaties. In die functie was hij van dichtbij betrokken bij twee zwarte pagina’s uit de geschiedenis van de vredesmissies: de genocides in Rwanda (1994) en Srebrenica (1995). Het falen van de VN bij deze missies stond zijn benoeming tot secretaris-generaal niet in de weg.

Annan was van 1997 tot en met 2006 secretaris-generaal. Als gevolg van de dramatische vredesmissies in Bosnië en Rwanda zouden toekomstige vredesmissies een ruimer militair mandaat krijgen dat verder ging dan zelfverdediging. Annan introduceerde het begrip ‘Responsability to Protect’ dat stelt dat soevereiniteit van landen niet altijd op mag wegen tegen de noodzaak mensen binnen hun eigen grenzen te beschermen. Dat hij bereid was om te handelen tegen de wil van grote machten bleek in 1998 toen hij tegen de wens van de VS een compromis met Sadam Hoessein sloot over wapeninspecties. In 1999 speelde Annan een grote rol bij onafhankelijkheid van Oost-Timor. Hij stond ook aan de wieg van de Millenniumdoelen (Millennium Development Goals – MDG’s), de voorloper van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (Sustainable Development Goals – SDG’s), en was voorstander voor een bredere inzet van humanitaire interventie. Deze Annan-doctrine was niet onomstreden. Toch was zijn herverkiezing als Secretaris-Generaal in 2001 onbetwist. In datzelfde jaar ontving hij samen met de Verenigde Naties de Nobelprijs voor de Vrede.

9/11 en de daaropvolgende war-on-terror drukten een grote stempel op zijn tweede termijn. De omstreden inval in Irak in 2003 onder leiding van de het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten veroordeelde hij scherp. Dat zijn zoon een jaar later werd verdacht van het aannemen van steekpenningen in Irak bij het ‘voedsel-voor-oorlog’ programma bracht hem persoonlijk in verlegenheid, maar het incident vormde uiteindelijk geen bedreiging voor zijn positie. In april 2006 werd hij benoemd tot Ridder Grootkruis in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Na zijn ambtsperiode als secretaris-generaal bleef hij actief in de diplomatie. Zo zette hij zijn eigen organisatie, de Kofi Annan Foundation, op, werd hij opgenomen in The Elders, een organisatie rondom Nelson Mandela. Ook trad hij op als bemiddelaar bij conflicten zoals na het verkiezingsgeweld in Kenia in 2008 en als VN-bemiddelaar in Syrië. Als hoogste VN-baas was hij al voorstander geweest van een vredesmissie naar de Sudanese provincie Darfur en na zijn aftreden bleef hij aandacht vragen voor de situatie aldaar.

Annan grapte wel eens dat zijn functie als secretaris-generaal (sg) ook wel stond voor ‘scapegoat’ (zondebok). Het is misschien nog te vroeg om te speculeren over wat de geschiedenisboeken zullen zeggen over zijn aandeel in de diplomatie. De eerste condoleances die nu binnenstromen zetten hem niet neer als zondebok. Kritiek op zijn functioneren heeft zijn aanzien nooit ernstig bedreigd. Het is daarom meer gepast om te eindigen met de woorden van de in 2010 overleden diplomaat Richard Holbrooke die Annan ‘an international rockstar of diplomacy’ noemde.

Kofi Annan is 80 jaar geworden.

 

Door: Justine Jones.